Ga naar de inhoud
Vos-mascotte van LeerjaartoetsLeerjaartoets Oefenen

Leerjaar 5 oefenquiz

Klokkijken met analoge klokken

Ongeveer 5 minuten oefenen

vragen per rondemet uitleg bij elk antwoord

Vraag 1 / 10Score: 0

Alles over deze oefening

Deze oefening hoort bij Wiskunde in leerjaar 5. Het onderwerp is klokkijken. Kortom: je leert de tijd aflezen op een wijzerklok, van hele uren tot in minuten.

Achter de startknop zitten 10 vragen; elke ronde haalt er 10 willekeurig uit. Reken op zo'n 5 minuten per ronde. Het zijn meerkeuzevragen: antwoorden doe je met een tik, en bij een foute vraag verschijnt meteen de uitleg.

Even voorproeven: echte quizvragen

Ouders en kinderen kunnen hier drie vragen uit de quiz bekijken, met antwoord en uitleg. Een goed moment om samen te ontdekken hoe de oefening werkt.

  1. Vraag 1

    Een analoge klok met twee wijzers op een lichte wijzerplaat.

    Hoe laat is het op deze analoge klok?

    • 7:55
    • 7:00
    • 8:15
    • 10:30

    Antwoord: 7:55

    Uitleg: De lange wijzer staat op de minuten en de korte wijzer op het uur: samen is dat 7:55.

  2. Vraag 2

    Een analoge klok met twee wijzers op een lichte wijzerplaat.

    Hoe laat is het op deze analoge klok?

    • 8:15
    • 7:00
    • 10:30
    • 9:45

    Antwoord: 8:15

    Uitleg: De lange wijzer staat op de minuten en de korte wijzer op het uur: samen is dat 8:15.

  3. Vraag 3

    Een analoge klok met twee wijzers op een lichte wijzerplaat.

    Hoe laat is het op deze analoge klok?

    • 7:00
    • 8:15
    • 10:30
    • 9:45

    Antwoord: 7:00

    Uitleg: De lange wijzer staat op de minuten en de korte wijzer op het uur: samen is dat 7:00.

Uitleg voor ouders en leerlingen

Lees de wijzers zorgvuldig en kies het tijdstip dat bij de klok past.