Leerjaar 3 oefenquiz
Tabellen, vormen en metingen - oefenronde 3
Ongeveer 5 minuten oefenen
Deze oefening nader bekeken
Deze quiz hoort bij Wiskunde, leerjaar 3. Het thema is tabellen en grafieken. Wat je hier traint: je leert informatie uit tabellen en grafieken lezen, vergelijken en gebruiken.
Achter de startknop zitten 10 vragen; elke ronde haalt er 10 willekeurig uit. Reken op zo'n 5 minuten per ronde. Het zijn meerkeuzevragen: antwoorden doe je met een tik, en bij een foute vraag verschijnt meteen de uitleg.
Even voorproeven: echte quizvragen
Hieronder lees je vier vragen die echt in deze quiz zitten, telkens met het juiste antwoord en de uitleg erbij. Zo weten kinderen en ouders vooraf precies wat er verwacht wordt.
Vraag 1

Hoeveel rijen stippen staan er in het patroon?
- 20
- 16
- 12
- 18
Antwoord: 18
Uitleg: In het patroon staan 18 horizontale rijen stippen. Elke rij bevat 20 stippen.
Vraag 2

Hoeveel stippen staan er in elke rij?
- 18
- 20
- 36
- 360
Antwoord: 20
Uitleg: Elke rij heeft 20 stippen; er zijn 18 rijen.
Vraag 3

Hoeveel gewone fietsen zijn er meer dan e-bikes?
- 36
- 60
- 84
- 48
Antwoord: 48
Uitleg: De grafiek geeft 84 gewone fietsen en 36 e-bikes aan. 84 - 36 = 48.
Vraag 4

Hoeveel batterijen staan er in totaal in de tabel?
- 80
- 120
- 100
- 60
Antwoord: 100
Uitleg: De tabel noemt 60 gerecyclede en 40 niet-gerecyclede batterijen. Samen zijn dat 60 + 40 = 100 batterijen.
Uitleg voor ouders en leerlingen
Lees de gegevens in de afbeeldingen nauwkeurig. Je oefent met aantallen, vergelijken en meten.
Let bij elke vraag op wat precies wordt geteld of afgelezen.

