Ga naar de inhoud
Vos-mascotte van LeerjaartoetsLeerjaartoets Oefenen

Leerjaar 3 oefenquiz

Tabellen, grafieken en breuken - oefenronde 4

Ongeveer 5 minuten oefenen

vragen per rondemet uitleg bij elk antwoord

Vraag 1 / 12Score: 0

Meer over deze oefenquiz

Deze quiz hoort bij Wiskunde, leerjaar 3. Het thema is breuken. Wat je hier traint: je leert breuken lezen, vergelijken, vereenvoudigen en ermee rekenen.

De quiz bestaat uit 12 vragen, telkens 10 per ronde van zo'n 5 minuten. De vraagvorm: meerkeuzevragen. Heb je een vraag fout, dan lees je meteen de uitleg, zodat je van je fouten leert in plaats van ze te vergeten.

Zo voelt een vraag van deze quiz

Ter kennismaking: vier vragen uit deze quiz, telkens met het juiste antwoord en de uitleg die kinderen ook in de quiz te zien krijgen.

  1. Vraag 1

    Een cirkel verdeeld in zes gelijke stukken, waarvan drie gekleurd.

    Welk deel van de zes gelijke stukken is blauw?

    • 3/6
    • 2/6
    • 4/6
    • 1/6

    Antwoord: 3/6

    Uitleg: Drie van de zes gelijke stukken van de cirkel zijn blauw, dus 3/6.

  2. Vraag 2

    Een staafdiagram toont aantallen stappen van maandag tot vrijdag.

    Hoeveel stappen zijn maandag en dinsdag samen gezet?

    • 110
    • 100
    • 120
    • 130

    Antwoord: 110

    Uitleg: Maandag zijn 80 stappen gezet en dinsdag 30. Samen zijn dat 110 stappen.

  3. Vraag 3

    Een staafdiagram toont nieuwe volgers per weekdag.

    Hoeveel nieuwe volgers kwamen er dinsdag meer bij dan maandag?

    • 11
    • 12
    • 13
    • 14

    Antwoord: 13

    Uitleg: Dinsdag kwamen er 25 bij en maandag 12. Het verschil is 13 volgers.

  4. Vraag 4

    Een tabel toont hoe vaak vier speelplaatsactiviteiten zijn gekozen.

    Hoeveel kinderen kozen samen voor de glijbaan en de schommel?

    • 48
    • 52
    • 60
    • 56

    Antwoord: 56

    Uitleg: 32 kinderen kozen de glijbaan en 24 de schommel. Samen zijn dat 56 kinderen.

Uitleg voor ouders en leerlingen

In deze oefenronde lees je gegevens uit tabellen en grafieken af en reken je met breuken en maten.

Kijk goed naar de eenheden en vergelijk de juiste dagen of groepen.